1.
Breek toch door de muur heen, broeders,
die met kalk is dichtgesmeerd!
Valse leiders dienen Tammuz,
ook de zon wordt daar vereerd.
(Ez. 8:8-18)
die met kalk is dichtgesmeerd!
Valse leiders dienen Tammuz,
ook de zon wordt daar vereerd.
(Ez. 8:8-18)
2.
In hun binnenkamer prijken
afgodsbeelden aan de wand.
Zelfs de zoon van d’ oude Safan
is daar middenin beland.
afgodsbeelden aan de wand.
Zelfs de zoon van d’ oude Safan
is daar middenin beland.
3.
Met de rug naar ’s Heren tempel
buigt men voor de morgenzon.
Vrouwen wenen daar om Tammuz,
alsof die hen troosten kon.
buigt men voor de morgenzon.
Vrouwen wenen daar om Tammuz,
alsof die hen troosten kon.
4.
Wie van deze mannen heeft in
Gods verborgen raad gestaan?
Ja, wie heeft zijn woord vernomen
en wie nam die woorden aan?
Gods verborgen raad gestaan?
Ja, wie heeft zijn woord vernomen
en wie nam die woorden aan?
5.
Breek toch door de muur heen, broeders!
Tref de hoer met oordeelslicht.
Want het bloed der martelaren
roept tot God om wraakgericht.
Tref de hoer met oordeelslicht.
Want het bloed der martelaren
roept tot God om wraakgericht.
6.
Alle volken liet zij drinken
van haar wijn, die grote hoer.
’t Hart was voor het Woord gesloten,
daarom at men varkensvoer.
van haar wijn, die grote hoer.
’t Hart was voor het Woord gesloten,
daarom at men varkensvoer.
7.
Maar nu wordt de hoer ontmaskerd
en de ‘koningin’ bespot.
Iedereen moest voor haar buigen,
zelf moet zij nu naar ’t schavot.
(Op. 18:7)
en de ‘koningin’ bespot.
Iedereen moest voor haar buigen,
zelf moet zij nu naar ’t schavot.
(Op. 18:7)
8.
Satan, hij die alles nadoet,
heeft zich ook een bruid bereid.
Velen, eens uit God geboren,
zijn door deze vrouw misleid.
heeft zich ook een bruid bereid.
Velen, eens uit God geboren,
zijn door deze vrouw misleid.
9.
Luid weerklinkt een Halleluja,
als de hoer terecht zal staan.
Alle volkeren der aarde
zien het vol verbazing aan.
als de hoer terecht zal staan.
Alle volkeren der aarde
zien het vol verbazing aan.