1.
Die avond in des Heren huis,
blijft mij voor altijd bij.
De Geest blies met een zacht geruis
het vuur weer aan in mij.
blijft mij voor altijd bij.
De Geest blies met een zacht geruis
het vuur weer aan in mij.
2.
Het stak Gods vonk in mij weer aan,
mijn wil niet meer aan ’t stuur.
Mijn oude leven ging eraan
en werd een prooi van ’t vuur.
mijn wil niet meer aan ’t stuur.
Mijn oude leven ging eraan
en werd een prooi van ’t vuur.
3.
Toen stegen veel gebeden op
tot God, uit onze mond.
En onder tranen, vol van hoop
vernieuwden wij ’t verbond.
tot God, uit onze mond.
En onder tranen, vol van hoop
vernieuwden wij ’t verbond.
4.
Om alles U te geven Heer,
dat hebben wij beloofd.
Er klonk een oordeel over ’t ik:
dat moet nu in de dood.
dat hebben wij beloofd.
Er klonk een oordeel over ’t ik:
dat moet nu in de dood.
5.
Verzoeking, strijd en tegenspoed,
zijn ’t zelfde als hiervoor.
Maar nu vertrouwen wij op God,
gaan overwinnend voort.
zijn ’t zelfde als hiervoor.
Maar nu vertrouwen wij op God,
gaan overwinnend voort.
6.
En mochten wij verslappen ooit,
herinner ons dan weer,
aan de beloften van ons hart,
die wij toen gaven, Heer.
herinner ons dan weer,
aan de beloften van ons hart,
die wij toen gaven, Heer.