113

Het was in vroeger dagen – van David lees je dat

1.
Het was in vroeger dagen – van David lees je dat
– hij nam vijf gladde stenen, ging af op Goliat.
’t Geloof heeft overwonnen, de reus werd neergeveld,
wat Israël bevrijdde van hoon en grof geweld.
2.
Die jonge man was krachtig door zijn verbond met God.
Hij kwam voor zijn geloof uit en duldde geen gespot.
Tienduizend Filistijnen sloeg David in één slag.
Wat toen de vrouwen zongen, sterkt ons nog deze dag.
3.
Elk die in druk verkeerde en nood of schulden had
of bitter van gemoed was, die ging met hem op pad.
Met deze ruwe bende heeft hij het land geschoond.
Hij streed de strijd des Heren, heeft zich Gods vriend betoond.
4.
Nog kan men bitter worden, gedrukt zijn en in nood,
als waarheid door moet breken door bergen vlees, zo groot!
Dan wekt God zelf zijn strijders die grimmig, vol van moed
de legerplaats verlaten; bij Jezus is het goed!
5.
Toen David hoogbejaard was, kreeg Salomo een taak.
Want David gaf hem opdracht: “Je weet van Joabs zaak.
Laat hem niet vredig sterven, de man verdient de dood,
omdat hij tijdens vrede onschuldig bloed vergoot!”
(1 Kon. 2)
6.
“En Simi die mij vloekte, toen ik die droeve dag
voor Absalom moest vluchten, vlak voor de grote slag!
Je hebt voldoende wijsheid, laat dus zijn hoofd met bloed
ten grave nederdalen. Wreek ’s Heren vorst met spoed!”
7.
Ten einde toe hield David aan ’t recht gestreng de hand,
nooit sloot hij een verbond met een vijand van het land.
Hij was een gesel Gods! En hij gaf het land weer rust.
Van Dan tot aan Berseba, daar woonde men gerust.
8.
“Wat kun je hiervan leren?” is nu de vraag die dringt.
Dat zal een elk ervaren die zelf de beker drinkt.
De ’mitsen’ en de ’maren’ die ’t vlees zo eigen zijn,
ze moeten onder ’t oordeel, als je Gods vriend wilt zijn.
9.
De Here Jezus Christus zit nu op Davids troon,
en Hij – wij weten ’t zeker – verkrijgt de zegekroon,
drinkt water uit de beek, heft het hoofd met nieuwe kracht.
Hij triomfeert aan ’t kruis over Satans legermacht!
10.
Ons hart wordt vol van vree, als de vijand wordt verjaagd,
dan schijnt het licht der waarheid, wordt leugen weggevaagd.
Als nieuwe hemelburgers hervatten wij de strijd
met Davids dapper leger voor de gerechtigheid.
Geschreven in 1918 door Johan O. Smith (gepubliceerd in 1920)Gecomponeerd door Jørgen P. SantonTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ C