264

Er groeit nu op een heilig volk

1.
Er groeit nu op een heilig volk,
een sieraad voor zijn God.
Zo stil, verborgen groeit het op,
beschermd door Gods gebod.
Een volk dat houdt van recht en wet,
wie heeft daarop wel ooit gelet?
Een volk met heersersstaf van God,
een volk, zijn bruid, zijn lot.
2.
Een volk, gelouterd door zijn God,
door ’t vuur der need’righeid.
Gebogen door zijn milde hand,
is het Hem toegewijd.
Een volk dat leeft en vrede heeft,
ontferming, stille rust beleeft.
Een volk bedekt met schand’ en spot,
gelijk het lam van God.
3.
Belasting, tol betalen zij
met vreugde in hun hart.
Gerechtigheid in duizendvoud
doen zij steeds zonder smart.
Al hebben zij een grote schuld,
betalen doen zij met geduld:
’t wordt vrij van ongerechtigheid
voor tijd en eeuwigheid.
4.
Zo treedt een volk van priesters aan
op Christus’ grote dag.
Een koningsvolk door God bereid
voor ’s Heren grote slag.
Een volk, als Sions berg zo vast
en niet gedrukt door zondelast.
U zult het zien, gij volk en land,
in ijver en in brand!
Geschreven in 1935 door Edwin Bekkevold (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Trygve VedvikTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F