1.
Weg uit het lichaam - de geest is nu thuis,
sneeuwwit gekleed kwam hij aan in Gods huis.
Zijn woning beneden verliet hij in vrede.
God gaf hem bevel, en toen ging hij naar huis.
sneeuwwit gekleed kwam hij aan in Gods huis.
Zijn woning beneden verliet hij in vrede.
God gaf hem bevel, en toen ging hij naar huis.
2.
In onze tent van het aardse bestaan
moet onze geest heel veel druk ondergaan.
De tent mist zijn waarde, zodra God op aarde
volkomen zijn werk aan de geest heeft gedaan.
moet onze geest heel veel druk ondergaan.
De tent mist zijn waarde, zodra God op aarde
volkomen zijn werk aan de geest heeft gedaan.
3.
Niet meer gebonden, de geest is nu vrij.
Jaren van arbeid en strijd zijn voorbij.
Geen tegenstand, hinder ervaart hij meer ginder.
Bij Jezus, de bron van zijn leven, is hij!
Jaren van arbeid en strijd zijn voorbij.
Geen tegenstand, hinder ervaart hij meer ginder.
Bij Jezus, de bron van zijn leven, is hij!
4.
Geesten, volmaakt, in het hemelse land,
zijn met ons één door een edele band.
Dit geeft bij het scheiden ons troost in het lijden.
De bruidegom zelf bindt ons saam door zijn hand.
zijn met ons één door een edele band.
Dit geeft bij het scheiden ons troost in het lijden.
De bruidegom zelf bindt ons saam door zijn hand.