1.
Prijs Gods naam voor alles wat Hij heeft gedaan!
Wat een feest! Hij heeft nieuw leven doen ontstaan,
voegde door genade ons hier hecht aaneen,
bracht ons in de ware broederschap bijeen.
Wat een feest! Hij heeft nieuw leven doen ontstaan,
voegde door genade ons hier hecht aaneen,
bracht ons in de ware broederschap bijeen.
Refrein:
Duisternis moet wijken, God greep krachtig in;
’t einde gaat Hij zeeg’nen meer dan het begin.
De verloren jaren worden nu vergoed.
Vrees niet! Hij is machtig, groot is wat Hij doet.
(Hagg. 2:10 | Joël 2:25)
’t einde gaat Hij zeeg’nen meer dan het begin.
De verloren jaren worden nu vergoed.
Vrees niet! Hij is machtig, groot is wat Hij doet.
(Hagg. 2:10 | Joël 2:25)
2.
O, wij zagen wond’ren; zoiets kan maar Eén!
Banden zijn verbroken, dat kan God alleen.
Waar geen mens een weg zag of een moog’lijkheid,
zien wij nu een poort naar ware heerlijkheid.
Banden zijn verbroken, dat kan God alleen.
Waar geen mens een weg zag of een moog’lijkheid,
zien wij nu een poort naar ware heerlijkheid.
Refrein:
’t Is een heilig vuur, dat God ontbranden deed!
In zijn naam staan wij nu voor de strijd gereed,
tegen hoop op hoop, wij winnen deze strijd!
Wie beseft de omvang van wat God bereidt?!
In zijn naam staan wij nu voor de strijd gereed,
tegen hoop op hoop, wij winnen deze strijd!
Wie beseft de omvang van wat God bereidt?!
3.
Prijs de Heer van ’t leven, jubel het nu uit!
Wat een uitverkiezing: Jezus’ eigen bruid!
Daarvoor breken wij door elke hindernis,
voorwaarts naar ons doel, dat vast en zeker is.
Wat een uitverkiezing: Jezus’ eigen bruid!
Daarvoor breken wij door elke hindernis,
voorwaarts naar ons doel, dat vast en zeker is.
Refrein:
Wij zijn in beproeving onbevreesd en blij,
want de God van wond’ren is ons dicht nabij.
Is het voor de snelsten, mensen vol van kracht?
Nee, God sterkt wie zwak is, elk die Hem verwacht.
(Pred. 9:11 | Jes. 40:29-31)
want de God van wond’ren is ons dicht nabij.
Is het voor de snelsten, mensen vol van kracht?
Nee, God sterkt wie zwak is, elk die Hem verwacht.
(Pred. 9:11 | Jes. 40:29-31)
4.
Christus’ liefde drijft tot reiniging van ’t kwaad;
God heeft ons gegeven ijver, vuur en haat.
Niets remt ons meer af, geen zonde blijft bestaan.
Nee, wij zullen alle vijanden verslaan!
God heeft ons gegeven ijver, vuur en haat.
Niets remt ons meer af, geen zonde blijft bestaan.
Nee, wij zullen alle vijanden verslaan!
Refrein:
Duisternis moet wijken, God greep krachtig in;
’t einde gaat Hij zeeg’nen meer dan het begin.
De verloren jaren worden nu vergoed.
Vrees niet! Hij is machtig, groot is wat Hij doet.
(Hagg. 2:10 | Joël 2:25)
’t einde gaat Hij zeeg’nen meer dan het begin.
De verloren jaren worden nu vergoed.
Vrees niet! Hij is machtig, groot is wat Hij doet.
(Hagg. 2:10 | Joël 2:25)