332

’t Leven dat het licht der mensen is

1.
’t Leven dat het licht der mensen is
en dat Jezus Christus openbaarde,
is in ’t Lichaam nu op aard te zien,
en dit leven biedt Hij elk op aarde.
Refrein:
Ja, dit licht, ’t leven Gods,
moeten wij alom verspreiden!
Zalig wie aan alle waat’ren zaait.
Bid dat God zijn werkers uit zal leiden.
2.
Niemand hoeft in kou of duisternis
of in dor woestijnland rond te dwalen.
Uit de doden opstaan kunnen zij!
Als een licht zal Christus voor hen stralen.
3.
Maar dit leven is als jonge wijn;
geen gebruikte zakken ermee vullen!
Want het gist almaar en breidt zich uit,
zodat stijve vormen barsten zullen.
4.
Wil het leven zich nu laten zien,
moet het zelf zijn eigen vorm hanteren.
Want aan regels bindt het zich hier niet;
’t gaat erom, goed luisteren te leren!
Refrein:
Ja, de wind van Gods Geest
kun je horen en ervaren,
maar vanwaar hij wervelt en waarheen,
kan geen mens ter wereld ooit verklaren.
Geschreven door Gudbrand Fossnes (gepubliceerd in 1960)Gecomponeerd door Mathilde Wiel-ØjerholmTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ E