1.
Wij staan voor Gods aangezicht; jeugd, vol hoop en kracht
uit het heiligdom, als ofirgoud in pracht.
Vol van kracht, met moed in ’t hart, treden wij in ’t krijt,
vechtend tegen zond’ en Satan, vurig in de strijd!
uit het heiligdom, als ofirgoud in pracht.
Vol van kracht, met moed in ’t hart, treden wij in ’t krijt,
vechtend tegen zond’ en Satan, vurig in de strijd!
Refrein:
Zie, hoe fier wij tot U naad’ren:
kracht is ’t sieraad der jeugd!
Immer vast gelovend gaan wij voort met vreugd!
kracht is ’t sieraad der jeugd!
Immer vast gelovend gaan wij voort met vreugd!
2.
Door de geest van Jozua en door Kalebs zin
volgen wij de vaad’ren, nemen ’t land nu in.
Op de Enakskinderen zetten wij de voet,
en dat kost hun, en dat kost hun allemaal hun bloed.
(Num. 14:24; 13:33)
volgen wij de vaad’ren, nemen ’t land nu in.
Op de Enakskinderen zetten wij de voet,
en dat kost hun, en dat kost hun allemaal hun bloed.
(Num. 14:24; 13:33)