1.
Voorwaarts, alle zonde onder onze voet!
Nooit terug, vol kracht de toekomst tegemoet.
Satans legermacht ontrooft ons niet de moed.
Nu geen slavernij meer. Wat is God toch goed!
Nooit terug, vol kracht de toekomst tegemoet.
Satans legermacht ontrooft ons niet de moed.
Nu geen slavernij meer. Wat is God toch goed!
2.
Zegevierend treden wij in Jezus’ spoor,
en de eis der wet vervullen wij daardoor.
Voort, geen stap terug meer, vol geloof en moed.
Sterke steden vallen. Wat is God toch goed!
en de eis der wet vervullen wij daardoor.
Voort, geen stap terug meer, vol geloof en moed.
Sterke steden vallen. Wat is God toch goed!
3.
Voorwaarts, nimmer omzien, verder in het land,
tot we overwinnen elke tegenstand.
God wil dat wij vol zijn van geloof en gloed.
Hij trekt met ons mede. Wat is God toch goed!
tot we overwinnen elke tegenstand.
God wil dat wij vol zijn van geloof en gloed.
Hij trekt met ons mede. Wat is God toch goed!
4.
Land dat wij betreden, wordt nu ons gebied.
Eer het werk voltooid is, rusten wij hier niet.
’t Vlees te overwinnen geeft ons kracht en moed.
Wij zien reeds de vruchten, wat is God toch goed!
Eer het werk voltooid is, rusten wij hier niet.
’t Vlees te overwinnen geeft ons kracht en moed.
Wij zien reeds de vruchten, wat is God toch goed!
5.
Alle dingen worden moog’lijk door geloof.
’t Hele Kanaän heeft God aan ons beloofd.
Land van melk en honing, oogst in overvloed,
zware druiventrossen. Wat is God toch goed!
(Num. 13)
’t Hele Kanaän heeft God aan ons beloofd.
Land van melk en honing, oogst in overvloed,
zware druiventrossen. Wat is God toch goed!
(Num. 13)