68

Vaak roemt een mens zijn welwillendheid

1.
Vaak roemt een mens zijn welwillendheid
onder de schijn van de need’righeid.
Maar wie vindt wel een betrouwbaar man?
Wie is het die zo één vinden kan?
(Spr. 20:6)
Refrein:
Waar, waar vindt men hen toch?
Waar, waar ziet men hen nog?
Hen, die uit liefde voor hun God
leven naar zijn gebod?
2.
Is niet de trouw zuiver goud gelijk?
Wie in het vlees leed, is daaraan rijk.
Hij is door ’t louteringsvuur gegaan,
heeft veel beproevingen hier doorstaan.
3.
God geeft beproevingen van omhoog.
Hij smelt en loutert door vuur en loog.
Dat leidt tot reinheid, volkomenheid,
off’ren aan Hem in gerechtigheid.
4.
Wie wil verdragen Gods lout’ringsvlam?
Wie wordt gevormd naar het beeld van ’t Lam?
Wie blijft aan ’t kruis, stil en zonder klacht,
aanvaardt het lijden, dat hem daar wacht?
Geschreven door Hilda Broks (gepubliceerd in 1916)Gecomponeerd door Eric M. BergquistTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D