251

Kom wie zoekt tegemoet

1.
Kom wie zoekt tegemoet
met uw liefde: een gloed
waardoor onwil en stugheid verdwijnen.
Die verdrijft alle kou,
wat nog kil is of lauw.
Nieuwe, heerlijke tijden verschijnen!
(1 Tess. 3:12-13 | Luc. 11:9-10 | Ef. 5:18-21 | Op. 2:4-5 | 3:15-19 | Jes. 60:22)
2.
Wij geloven oprecht
wat Gods woord heeft voorzegd:
dat de zonde niet meer zal regeren.
En wij hopen zo sterk
dat door Gods liefdewerk
alle broeders zich zullen bekeren.
(1 Kor. 13:7 | Rom. 2:4)
3.
Veel verkeerds werd gezegd;
’t was onaardig of slecht.
Wil ’t met godd’lijke liefde bedekken.
In de diepten der zee!
Boosheid, wrok, weg ermee!
’t Laatste restje van ’t kwaad kan vertrekken!
(Kol. 3:12-13 | Spr. 10:12 | 1 Petr. 4:7-8 | 1 Kor. 13:5)
4.
’t Was vast wel goed bedoeld,
maar niet fijn aangevoeld,
’t ging wat mis, maar dat mag toch niet hind’ren?
Want Gods liefde, zo groot,
schenkt ons leven voor dood
en vervult zowel ouders als kind’ren.
(Rom. 12:18 | 2 Kor. 5:19 | Luc. 23:34 | Rom. 12:20-21)
5.
Al het oude, ’t zij slecht,
krom, verdraaid of onecht,
godd’lijk liefdevuur zal het verteren.
Voor de moede is kracht,
zelfs wie hard is, wordt zacht.
Leven komt door de liefde des Heren!
(Hgl. 8:7 | Ps. 103:10 | Rom. 15:1-2, 7 | Kol. 3:14 | 1 Tess. 5:14)
Geschreven door Elias Aslaksen (gepubliceerd in 1935)Gecomponeerd door Even SkogsrudTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F