52

Waarom zou je langer wachten

1.
Waarom zou je langer wachten,
jij die op een afstand staat,
/: om verlossing te verkrijgen?
’t Is voor jou nog niet te laat! :/
2.
Mag je vader jouw bekering
nog beleven voor zijn dood?
/: Zie, hoe vaak hij voor zijn kind’ren
bidt met aandrang en in nood! :/
3.
En je moeder, die met tranen
in ’t verborg’ne bidt en pleit,
/: dat haar kinderen behouden
worden voor de eeuwigheid! :/
4.
O, hoe erg als al die jaren
die de Here aan je gaf,
/: tevergeefs zijn, als je eenmaal
staat te treuren bij hun graf! :/
5.
Je weet best de goede keuze,
want die ken je uit Gods Woord.
/: Van Gods liefde, zijn verlossing,
heb je al zo lang gehoord! :/
6.
Hoor het woord van onze Meester:
“Zie, Ik kom heel spoedig weer.”
/: Wie gereed zijn, komt Hij halen;
eeuwig zijn zij bij de Heer! :/
Geschreven door Mari Clausen (gepubliceerd in 1960)Gecomponeerd door Oscar AhnfeltTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagDenmark ⋅ A