133

Wie zijn liefde voor de Here

1.
Wie zijn liefde voor de Here
gaarne met de mond belijdt,
zal dit ook met daden tonen
in de daagse werk’lijkheid.
Hij wordt niet alleen een hoorder,
maar daarbij een werk’lijk dader.
Hij die liefde heeft voor God,
die bewaart ook zijn gebod.
2.
Wie het leven wil genieten,
vele goede dagen nog,
moet zijn tong van kwaad weerhouden,
en zijn lippen van bedrog,
moet zijn doen en laten keuren.
Alles moet in ’t licht gebeuren.
Alle dingen, klein of groot,
liggen voor de Heer ontbloot.
3.
Wijk van ’t kwade, doe het goede,
zoek naar vrede, heiligheid.
Laat geen onrecht je beheersen,
geen geroddel of verwijt.
Wil je luisteren en leren,
niet om zelf te imponeren,
houd je dan aan Gods gebod.
Zo word je gezalfd door God.
Geschreven in 1920 door Kristi Kjosås (gepubliceerd in 1920)Gecomponeerd door Ludvig M. LindemannTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ G