1.
Dien, geef uw leven om and’ren te sterken;
dien, hoe beproefd ook door ’t bitterste leed;
dien, ondanks dorens en distels bij ’t werken:
dien in beproeving en vuurgloed, zo heet!
dien, hoe beproefd ook door ’t bitterste leed;
dien, ondanks dorens en distels bij ’t werken:
dien in beproeving en vuurgloed, zo heet!
2.
Dulden en zwijgen en lijden en dragen!
Leer van de Meester, het Lam zonder stem.
Zelfs in de schaduw des doods, zonder klagen,
zwijg toch, wees stil en geloof slechts in Hem!
Leer van de Meester, het Lam zonder stem.
Zelfs in de schaduw des doods, zonder klagen,
zwijg toch, wees stil en geloof slechts in Hem!
3.
Dien, wees wie arm is en hongert, tot zegen;
zalf uw gelaat, ja, dien zonder vertoon.
Dien, dien met alles wat u hebt gekregen,
dan worden stromen van vrede uw loon!
zalf uw gelaat, ja, dien zonder vertoon.
Dien, dien met alles wat u hebt gekregen,
dan worden stromen van vrede uw loon!