146

Hoog acht ik Sions geboden en wetten,

1.
Hoog acht ik Sions geboden en wetten,
niets anders heeft mijn belangstelling nu meer.
Spot of gelach kan mij niet meer beletten
dat ik door ’t vlees ga precies zoals de Heer.
Plaatsen of tijden, vervolging of lijden,
alles laat nu mijn geluk ongestoord.
Wat God ook doet, het is goed t’ allen tijde.
Dat werd mij duid’lijk door ’t doen van ’s Heren woord.
2.
Hij wil ons heilig en rein voor zich stellen,
vormen tot lof van zijn heerlijkheid en daân.
Wie zal de Here der heren vertellen
op welke wijze dit werk wel moet gedaan?
Sluit nu uw ogen, verzegel uw oren,
wend u van ’t aardse en zichtbare af;
louter Gods wil nog te doen en te horen,
zij vanaf heden uw stok en ook uw staf.
3.
Wijsheid des Vaders, zo hoog en verheven,
die mij in alles tot heerlijkheid nu leidt!
Wat op mijn weg komt, bewerkt in mijn leven
dat ik steeds verder verlost word en bevrijd.
Alles geschiedt mij ten goede in ’t leven,
eerst voor mijzelf, dat heb ik goed verstaan;
dan krijgt mijn naaste, door God mij gegeven,
ook weer zijn voeding, waardoor hij kan bestaan.
Geschreven door Elias Aslaksen (gepubliceerd in 1929)Gecomponeerd door Jean-Jacques RousseauTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D