1.
Christus’ zin is ons gegeven
in en door Gods eigen Zoon,
Christus’ wezen, eeuwig leven.
Het bewerkt een eeuwig loon.
Zijn gezindheid wordt ons deel,
want wij off’ren ons geheel.
Ja, het kost ons eigen leven!
’t Staat zo in Gods woord geschreven.
in en door Gods eigen Zoon,
Christus’ wezen, eeuwig leven.
Het bewerkt een eeuwig loon.
Zijn gezindheid wordt ons deel,
want wij off’ren ons geheel.
Ja, het kost ons eigen leven!
’t Staat zo in Gods woord geschreven.
2.
Christus is ons nu geworden
tot de hoop der heerlijkheid.
Wij verliezen hier ons leven,
door de Geest van God geleid.
Onberispelijk te zijn,
heilig, onbesmet en rein!
Daartoe zijn wij lang tevoren
in de Here uitverkoren!
tot de hoop der heerlijkheid.
Wij verliezen hier ons leven,
door de Geest van God geleid.
Onberispelijk te zijn,
heilig, onbesmet en rein!
Daartoe zijn wij lang tevoren
in de Here uitverkoren!
3.
Leer ons in uw wezen dienen,
leid ons door uw sterke hand.
Maak ons één in reine liefde,
in een hechte broederband.
Eén van geest, geloof en hoop,
’t zelfde doel, dezelfde loop,
één van ziel met eensgezinden
’t is alleen in U te vinden.
leid ons door uw sterke hand.
Maak ons één in reine liefde,
in een hechte broederband.
Eén van geest, geloof en hoop,
’t zelfde doel, dezelfde loop,
één van ziel met eensgezinden
’t is alleen in U te vinden.
4.
Niets te eisen, alles geven,
zo is Christus’ offergeest.
Niet naar eigen wil te leven;
onrecht lijden, onbevreesd.
Loof zijn naam met hart en stem!
Heel Gods volheid woont in Hem.
Al wat in Hem is gelegen,
hebben wij in Hem verkregen.
zo is Christus’ offergeest.
Niet naar eigen wil te leven;
onrecht lijden, onbevreesd.
Loof zijn naam met hart en stem!
Heel Gods volheid woont in Hem.
Al wat in Hem is gelegen,
hebben wij in Hem verkregen.