45

Ik kan ’t zo licht vergeten ik ben met elke dag

1.
Ik kan ’t zo licht vergeten: ik ben met elke dag
weer dichter bij mijn ware thuis gekomen!
Soms voel ik mij ellendig in nood en tegenslag,
besef niet dat het snel wordt weggenomen.
Maar al word ik gekweld door verzoekingen en smart,
toch ga ik vol van vrede, met zekerheid in ’t hart,
vrijmoedig tot de troon van de genade.
2.
Ik maak met al mijn zorgen geen haartje zwart of wit,
en niets wordt daardoor anders in mijn leven.
Bij Hem die heel zijn leven het kruis gedragen heeft,
kan ’k leren onze God de eer te geven.
Vernieuwd wordt daar mijn denken, genade is ’t alleen,
als ik maar blijf bij Jezus, voortdurend met Hem één,
en zelf leer zwijgen, Hem alleen laat spreken.
(Hebr. 5:7-9)
3.
Wat kwam van mijn vertrouwen en rust in U terecht,
als ik nog steeds op mensenhulp zou bouwen?
Laat ik mij liever haasten nu op de weg naar huis,
met innerlijke rust en Godsvertrouwen!
De dag komt nu heel spoedig, waar blijft dan al die pijn?
Gods liefde droogt de tranen, hoe heerlijk zal dat zijn!
Mijn ware thuis! Mijn Jezus! O mijn Vader!
4.
Ik ben in deze wereld een gast, een vreemdeling;
mijn rijk is immers niet van deze aarde.
O God, verlos mij grondig, zodat ik elk moment
het einde van mijn leven kan aanvaarden!
Dan breek ik uit in jubel en juichend lofgezang,
als ik mijn Heiland zien mag all’ eeuwigheden lang
en God, die mij reeds lang had uitverkoren.
Geschreven door Olga Olsen (gepubliceerd in 1914)Gecomponeerd door Oscar AhnfeltTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ Bb