1.
Halleluja! roep ik van harte uit.
Uit de duisternis leidt God ons uit.
Eens door zonde omkneld, nu verwin ik haar geweld;
dit is ’t heil, dat Gods woord ons vermeldt.
In mijn hart schrijft zijn Geest nu zijn wetten,
die ’k met vreugde gehoorzamen kan,
en geen tijdgeest kan mij meer beletten
dat ik sterk in ’t geloof worden kan.
Uit de duisternis leidt God ons uit.
Eens door zonde omkneld, nu verwin ik haar geweld;
dit is ’t heil, dat Gods woord ons vermeldt.
In mijn hart schrijft zijn Geest nu zijn wetten,
die ’k met vreugde gehoorzamen kan,
en geen tijdgeest kan mij meer beletten
dat ik sterk in ’t geloof worden kan.
Refrein:
Halleluja! Laat ons dragen
vreugdevol de smaad van ’t kruis.
Komt verachting, niet versagen!
’t Lam gevolgd naar ’t vaderhuis.
vreugdevol de smaad van ’t kruis.
Komt verachting, niet versagen!
’t Lam gevolgd naar ’t vaderhuis.
2.
Wij zijn vreemd’lingen slechts hier op aard.
Deze wereld, die is ons niet waard.
En, geletterd of niet, wie ter wereld doorziet
ooit wat Gods grote wijsheid ons biedt?
Nu nog dragen wij in aarden vaten
onze schat, niet geacht noch verstaan,
maar de Heer eens beloont bovenmate
wie getrouw in ’t verbond heeft gestaan.
Deze wereld, die is ons niet waard.
En, geletterd of niet, wie ter wereld doorziet
ooit wat Gods grote wijsheid ons biedt?
Nu nog dragen wij in aarden vaten
onze schat, niet geacht noch verstaan,
maar de Heer eens beloont bovenmate
wie getrouw in ’t verbond heeft gestaan.
3.
Satans horden, zij vallen ons aan,
maar zij moeten door ’t zwaard Gods vergaan.
Is de strijd ongehoord, ’t leger Gods trekt toch voort,
triomferend door ’t goddelijk woord.
Wees rechtvaardig, waarachtig, bezonnen,
want het harnas van God is uw kracht.
Als de laatste slag eens is gewonnen,
staan wij stralend in hemelse pracht.
maar zij moeten door ’t zwaard Gods vergaan.
Is de strijd ongehoord, ’t leger Gods trekt toch voort,
triomferend door ’t goddelijk woord.
Wees rechtvaardig, waarachtig, bezonnen,
want het harnas van God is uw kracht.
Als de laatste slag eens is gewonnen,
staan wij stralend in hemelse pracht.