325

Ik dien nu een Heer, die wil geven

1.
Ik dien nu een Heer, die wil geven
al wat ik behoef hier op aard.
/: Mijn hart en mijn geest schenkt Hij leven,
ik word door zijn woord hier bewaard. :/
2.
Voor vallen wil Hij mij bewaren,
als ’k altijd vertrouw slechts op Hem,
/: mijn lusten verzaak en laat varen,
ja, word als een lam zonder stem. :/
3.
Mijn beker doet Hij overstromen
met olie der zaligheid, schoon,
/: als ’k stil en gehoorzaam wil komen
en biddende zoek steeds zijn troon. :/
4.
Hij vormt naar zijn beeld mij op aarde,
als ’k Hem slechts geheel ben gewijd;
/: Hij loutert het goud, vol van waarde:
het blinkt, van onreinheid bevrijd. :/
5.
Zijn oog zal zich eind’loos verblijden
bij ’t zien van dat loutere goud,
/: als Hij voor zijn liefdevol lijden
het loon in zijn handen dan houdt! :/
Geschreven door Ellida Kjeldsen (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Ellida KjeldsenTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagDenmark ⋅ F