109

’k Ben van de macht van de dood bevrijd

1.
’k Ben van de macht van de dood bevrijd,
/: geheel bevrijd. :/
God schenkt mij licht, troost en heerlijkheid,
zó openbaart zich de Here.
Nu komt het daglicht, zo helder, rein,
ook vette spijzen en klare wijn,
dat sterkt het lichaam; wij zullen zijn
met geest en ziel tot Gods ere.
2.
’k Ben van gezapigheid nu bevrijd,
/: geheel bevrijd, :/
om bij het oogsten voor God altijd
mijn beste krachten te geven.
Een kudde wordt nu bijeengebracht.
Neem stok en staf, herders, houd de wacht;
lok, wie verkommerd is en veracht,
door Christus’ liefde gedreven.
3.
Jaag slechte herders bij u vandaan,
/: bij u vandaan. :/
God geve u dat u vast zult staan,
de schrik van ’t woud voor de wolven!
Elk lam gedijt in de kudde goed,
als u het geeft wat het hebben moet.
Weg ’t oude zuurdeeg, dat twijf’len doet!
Des vijands graf is gedolven.
4.
In de gemeente, daar is uw thuis,
/: daar is uw thuis. :/
Wie trouw wil zijn, leidt God naar dat huis,
waar hulp, gemeenschap hem wachten.
De waarheid die werkelijk bevrijdt:
op ’t smalle pad is die u bereid.
De ziel vertoeft graag waar zij gedijt,
waar Gods woord werkt, ’s Heren krachten.
5.
Nu zijn w’ een offer, veracht, geknecht,
/: veracht, geknecht. :/
De hoop, ons anker, is vastgelegd
daar waar God tranen zal drogen.
Wat maakt het uit, om een korte tijd
geen rust te krijgen in zware strijd,
als wij getroost en gerust altijd
in Sions burcht wonen mogen?
6.
En is tenslotte de strijd ten eind,
/: de strijd ten eind, :/
dan staan wij daar met een lamp die schijnt
en geven al onze ere
aan Hem wiens troon is in eeuwigheid,
die werkt in alles te allen tijd.
Prijs Hem! Wij hebben de zekerheid,
dat Hij de bruid zal belonen.
Geschreven in 1918 door Johan O. Smith (gepubliceerd in 1920)Gecomponeerd door Wilhelm Theodor SöderbergTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F