1.
De massa, die niet wil geloven, zij dwaalt
door stormen gedreven in ’t rond,
tot slaaf van de zonde en vormen gemaakt
door woorden uit leugenaarsmond.
door stormen gedreven in ’t rond,
tot slaaf van de zonde en vormen gemaakt
door woorden uit leugenaarsmond.
2.
Ook ik volgde na wat de meerderheid vond,
een meeloper ben ik geweest.
Ik miste de kracht die zo’n band breken kan,
geknecht en gedrukt was mijn geest.
een meeloper ben ik geweest.
Ik miste de kracht die zo’n band breken kan,
geknecht en gedrukt was mijn geest.
3.
Maar nu ben ik vrij, want God zelf is mijn kracht.
De duistere nacht is verlicht.
Uit dromen ontwaakt, in de vrijheid gesteld,
vergeet ik wat achter mij ligt.
De duistere nacht is verlicht.
Uit dromen ontwaakt, in de vrijheid gesteld,
vergeet ik wat achter mij ligt.
4.
Ik blijf in het lichaam van Christus aan ’t kruis,
geloofsnagels houden mij vast.
Want daar aan het kruis, daar heeft Jezus eenmaal
de vijand volledig ontkracht.
(Gal. 2:20 | Kol. 1:22 | Ef. 2:15-16)
geloofsnagels houden mij vast.
Want daar aan het kruis, daar heeft Jezus eenmaal
de vijand volledig ontkracht.
(Gal. 2:20 | Kol. 1:22 | Ef. 2:15-16)
5.
Gods hulp brengt verheerlijkte vreugde teweeg,
gevang’nen van Sion leidt God
als beken in ’t Zuiderland veilig naar huis,
zo wendt Hij genadig hun lot.
(Ps. 126:4)
gevang’nen van Sion leidt God
als beken in ’t Zuiderland veilig naar huis,
zo wendt Hij genadig hun lot.
(Ps. 126:4)
6.
’k Wil trouw zijn waar ik door de Heer ben geplaatst,
ik houd aan de wegen de wacht.
De deur van Gods kennis sluit niemand nu meer,
geen huurling krijgt daartoe nog macht.
ik houd aan de wegen de wacht.
De deur van Gods kennis sluit niemand nu meer,
geen huurling krijgt daartoe nog macht.