1.
Jij die een levend geloof bezit,
dat overwint ieder uur,
hef naar de hemel je handen op,
gun je geen rust meer of duur.
Hef ze omhoog opdat om je heen
zicht op Gods werk komt bij iedereen!
Wond’ren gebeuren door Hem alleen;
hef dus je handen omhoog!
dat overwint ieder uur,
hef naar de hemel je handen op,
gun je geen rust meer of duur.
Hef ze omhoog opdat om je heen
zicht op Gods werk komt bij iedereen!
Wond’ren gebeuren door Hem alleen;
hef dus je handen omhoog!
2.
Jij die een levend geloof bezit
en de Almachtige kent,
heb je zijn eeuwige raad verstaan?
Maak die vrijmoedig bekend!
Gods schepping smacht naar de heerlijkheid,
die voor Gods kinderen is bereid.
Door jouw geloof wordt ook zij bevrijd;
hef dus je handen omhoog!
en de Almachtige kent,
heb je zijn eeuwige raad verstaan?
Maak die vrijmoedig bekend!
Gods schepping smacht naar de heerlijkheid,
die voor Gods kinderen is bereid.
Door jouw geloof wordt ook zij bevrijd;
hef dus je handen omhoog!
3.
Jij die een levend geloof bezit,
denk hier toch aan telkens weer!
Wees vol van ijver, de tijd gaat snel;
kort nog, dan kan het niet meer.
Zorg dat je anderen bij kunt staan!
Op een geloofsman komt alles aan.
Laat dan hun nood je ter harte gaan
en hef je handen omhoog!
denk hier toch aan telkens weer!
Wees vol van ijver, de tijd gaat snel;
kort nog, dan kan het niet meer.
Zorg dat je anderen bij kunt staan!
Op een geloofsman komt alles aan.
Laat dan hun nood je ter harte gaan
en hef je handen omhoog!
4.
Jij die een levend geloof bezit,
hef nu je handen omhoog!
Al ligt de wereld in duisternis,
toch overwint het geloof!
Hef ze tot redding waarheen j’ ook gaat!
O wee, wanneer je ze zinken laat.
Baan hun de weg, waar je zelf op gaat;
God antwoordt zeker met vuur!
hef nu je handen omhoog!
Al ligt de wereld in duisternis,
toch overwint het geloof!
Hef ze tot redding waarheen j’ ook gaat!
O wee, wanneer je ze zinken laat.
Baan hun de weg, waar je zelf op gaat;
God antwoordt zeker met vuur!