229

Eigen dwaasheid is verderf’lijk

1.
Eigen dwaasheid is verderf’lijk,
maar Gods weg is recht en licht.
Zonde maakt je blik onzuiver
en vertroebelt al je zicht.
Maar het luist’ren naar Gods woorden,
dat geeft licht en helderheid,
zodat heel je hart standvastig
op Gods wegen gaat, altijd.
(Spr. 19:3 | 2 Sam. 22:31)
2.
Eigen zonde brengt ons schande;
’k leg geen schuld bij and’ren neer.
Door de fouten van de ander
rijpt gewoon mijn eigen zweer.
Komt het boze dan naar buiten,
dat bij ons van binnen is,
wel, dat is dan enkel voordeel:
dan zien wij zoals het is!
3.
Eigen slechtheid brengt ons schade,
die van and’ren juist gewin.
Laat het kwaad van and’re mensen
dus niet je gedachten in!
Lijd ook niet als een bemoeial;
het verborg’ne is voor God.
Richt jezelf, dat brengt herschepping;
niet de and’ren, is ’t gebod.
(1 Petr. 4:15 | Deut. 29:29 | Ps. 94:15 | 1 Kor. 11:31)
4.
Eigen godsvrucht geeft ons echter
diepe vrede, grote winst,
en geen mens kan ’t je ontroven;
dat gelukt hun allerminst.
Niemand kan een ander schaden,
die altijd het goede doet.
Jezus zegent zulke mensen,
wast hun voeten, doet hun goed!
(1 Tim. 4:8; 6:6 | Gal. 6:4 | Ps. 119:165 | 1 Petr. 3:13 | Joh. 13:5, 14)
Geschreven door Elias Aslaksen (gepubliceerd in 1932)Gecomponeerd door Even SkogsrudTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ A