1.
Een broeder van Jezus te worden,
zijn bruid! Wat een roeping van God!
Die leidt mij tot leven en vrede,
volhardend te doen zijn gebod.
Voor Hem wil ik dienen en geven,
en lijden, getrouw tot de dood,
zodat Hij in mij openbaar wordt.
Zijn vlees is voor mij ’t ware brood.
zijn bruid! Wat een roeping van God!
Die leidt mij tot leven en vrede,
volhardend te doen zijn gebod.
Voor Hem wil ik dienen en geven,
en lijden, getrouw tot de dood,
zodat Hij in mij openbaar wordt.
Zijn vlees is voor mij ’t ware brood.
Refrein:
Nu dringt mij de liefde van Christus
zijn lijden en dood in te gaan.
Het woord wordt nu vlees in mijn leven,
geen eigendunk blijft meer bestaan.
zijn lijden en dood in te gaan.
Het woord wordt nu vlees in mijn leven,
geen eigendunk blijft meer bestaan.
2.
De bruid is met liefde verzegeld,
met vurige trouw en met moed.
Zo sterk als de dood is haar liefde,
als vlammen in laaiende gloed.
Als legers met trotse banieren,
zo vurig en fier en vol kracht
bestrijdt zij de geest van de vijand,
de duistere, duivelse macht.
met vurige trouw en met moed.
Zo sterk als de dood is haar liefde,
als vlammen in laaiende gloed.
Als legers met trotse banieren,
zo vurig en fier en vol kracht
bestrijdt zij de geest van de vijand,
de duistere, duivelse macht.
3.
Weldra klinkt de roep van een engel.
De komst van de Heer is in zicht.
Hij komt in zijn luister en sterkte,
met donder en bliksemend licht.
En juist als de nood op het hoogst is,
dan komt de Verlosser terug;
de bruid, met het hoofd opgeheven,
gaat Hem tegemoet in de lucht!
De komst van de Heer is in zicht.
Hij komt in zijn luister en sterkte,
met donder en bliksemend licht.
En juist als de nood op het hoogst is,
dan komt de Verlosser terug;
de bruid, met het hoofd opgeheven,
gaat Hem tegemoet in de lucht!