1.
In ons verstand en ons hart schrijft God
elke wet, elk gebod.
/: De wet des Geestes maakt u en mij
van dood en zonde vrij. :/
(Hebr. 8:10 | Rom. 8:2)
elke wet, elk gebod.
/: De wet des Geestes maakt u en mij
van dood en zonde vrij. :/
(Hebr. 8:10 | Rom. 8:2)
2.
Het is de liefde die Grondwet heet,
zoals een ieder weet,
/: die ons van zelfzucht geheel bevrijdt
voor tijd en eeuwigheid. :/
(Jak. 2:8 | Rom. 13:8 | Joh. 8:36)
zoals een ieder weet,
/: die ons van zelfzucht geheel bevrijdt
voor tijd en eeuwigheid. :/
(Jak. 2:8 | Rom. 13:8 | Joh. 8:36)
3.
Dan komt de wet van gerechtigheid,
die tot het goede leidt.
/: Zij is Gods merkteken, vast en hecht,
maakt onze wegen recht. :/
(2 Tim. 2:19 | 2 Petr. 2:21 | 1 Joh 2:29 | Matth. 7:23)
die tot het goede leidt.
/: Zij is Gods merkteken, vast en hecht,
maakt onze wegen recht. :/
(2 Tim. 2:19 | 2 Petr. 2:21 | 1 Joh 2:29 | Matth. 7:23)
4.
De wet der wijsheid maakt stralend rein;
nooit kan daar dwaasheid zijn.
/: En de lankmoedigheidswet bevrijdt
van toorn en heftigheid. :/
(Jac. 1:4; 3:17)
nooit kan daar dwaasheid zijn.
/: En de lankmoedigheidswet bevrijdt
van toorn en heftigheid. :/
(Jac. 1:4; 3:17)
5.
De wet der waarheid maakt u en mij
van alle leugen vrij,
/: terwijl de wet van de Geest altijd
van vleierij bevrijdt. :/
(Joh. 8:32 | Rom. 8:2)
van alle leugen vrij,
/: terwijl de wet van de Geest altijd
van vleierij bevrijdt. :/
(Joh. 8:32 | Rom. 8:2)
6.
De wet der ootmoed schrijft God in ’t hart
en diep in ons verstand.
/: Door dit genadewerk worden wij
van trots en hoogmoed vrij. :/
(Hebr. 8:10 | 1 Petr. 5:5)
en diep in ons verstand.
/: Door dit genadewerk worden wij
van trots en hoogmoed vrij. :/
(Hebr. 8:10 | 1 Petr. 5:5)
7.
Jezus’ gebod maakt ons waarlijk vrij
van zondeslavernij.
/: Hoevele wetten er ook maar zijn,
elke wet maakt ons vrij. :/
(2 Petr. 3:2)
van zondeslavernij.
/: Hoevele wetten er ook maar zijn,
elke wet maakt ons vrij. :/
(2 Petr. 3:2)