1.
God is de grootste temidden der helden.
Dat zien de volken, en vrees grijpt hen aan.
Zijn hart gaat uit naar verdrukten, gekwelden,
Hij biedt hun vrede, een veilig bestaan.
Dat zien de volken, en vrees grijpt hen aan.
Zijn hart gaat uit naar verdrukten, gekwelden,
Hij biedt hun vrede, een veilig bestaan.
Refrein:
O Heer, mijn rots, mijn burcht,
de vriend van armen altijd,
dank, dat U voor ons strijdt, - o Hemelheer.
de vriend van armen altijd,
dank, dat U voor ons strijdt, - o Hemelheer.
2.
Wie hard en trots blijft, gaat eenmaal ten onder,
wie zelfvoldaan is, zal zegen ontgaan.
Maar voor wie hongert, zorgt God heel bijzonder,
voor Hem kan grootsheid en trots niet bestaan.
wie zelfvoldaan is, zal zegen ontgaan.
Maar voor wie hongert, zorgt God heel bijzonder,
voor Hem kan grootsheid en trots niet bestaan.
3.
Schitt’ring en praal kunnen God niet misleiden,
Hij ziet slechts trouw in ’t verborgene aan.
Armen, geringen, berooid en gebogen,
zijn net als David ’t verbond aangegaan.
Hij ziet slechts trouw in ’t verborgene aan.
Armen, geringen, berooid en gebogen,
zijn net als David ’t verbond aangegaan.
4.
God is vol liefde, geduldig, genadig,
brandend van ijver voor waarheid en recht.
Hij slaapt noch sluimert, de grote Bewaarder,
Hij wordt niet moede; Hij strijdt en Hij vecht!
brandend van ijver voor waarheid en recht.
Hij slaapt noch sluimert, de grote Bewaarder,
Hij wordt niet moede; Hij strijdt en Hij vecht!
5.
Geef je talenten in dienst van de Here.
Waak voor misleiding, zie uit naar je loon.
Denk toch aan Jezus, hoe Hij triomfeerde,
trouw aan ’t verbond, als de ’timmermanszoon’.
Waak voor misleiding, zie uit naar je loon.
Denk toch aan Jezus, hoe Hij triomfeerde,
trouw aan ’t verbond, als de ’timmermanszoon’.
6.
Here mijn God, ja, op U wil ik lijken,
strijdend en winnend met U aan mijn zij,
totdat ik eenmaal mijn thuis zal bereiken.
Vriend van getrouwen, U bent mij nabij.
strijdend en winnend met U aan mijn zij,
totdat ik eenmaal mijn thuis zal bereiken.
Vriend van getrouwen, U bent mij nabij.