1.
Ons ware thuis is Sions stad.
O welk een vreugde schenkt ons dat.
Wij zullen ’t Lam van God daar zien,
en alle heil’gen bovendien!
O welk een vreugde schenkt ons dat.
Wij zullen ’t Lam van God daar zien,
en alle heil’gen bovendien!
Refrein:
In ’t vaderhuis, o heerlijk thuis,
weerschalt met macht, als het geruis
van vele waat’ren, ’t nieuwe lied.
O broeder, mis dit heerlijk einddoel niet.
weerschalt met macht, als het geruis
van vele waat’ren, ’t nieuwe lied.
O broeder, mis dit heerlijk einddoel niet.
2.
Ja, Sions berg, die gaan wij op.
Een eeuwig vuur brandt op de top.
Daar ligt verborgen als een schat,
door vuur gelouterd: Sions stad.
Een eeuwig vuur brandt op de top.
Daar ligt verborgen als een schat,
door vuur gelouterd: Sions stad.
3.
Op Sions berg staat ’t godd’lijk Lam,
daar heersen Geest en vuur en vlam,
en die met Hem daar samen zijn,
zijn maagden, onbevlekt en rein.
daar heersen Geest en vuur en vlam,
en die met Hem daar samen zijn,
zijn maagden, onbevlekt en rein.
4.
Van leugen zijn zij waarlijk vrij,
de weg van ’t Lam, die volgden zij.
Naast Hem is hun een plaats bereid;
het lijden bracht hun heerlijkheid.
de weg van ’t Lam, die volgden zij.
Naast Hem is hun een plaats bereid;
het lijden bracht hun heerlijkheid.