1.
Duisternis verbreidt zich dreigend,
ongeloof krijgt d’ overhand.
’t Is de macht van boze geesten,
die de aarde overmant.
ongeloof krijgt d’ overhand.
’t Is de macht van boze geesten,
die de aarde overmant.
2.
Mensen lijden dorst en honger,
kwijnen in de hete zon.
Ook veel christ’nen in de wereld
vinden niet de levensbron.
kwijnen in de hete zon.
Ook veel christ’nen in de wereld
vinden niet de levensbron.
3.
Allen sluimeren in onmacht,
luist’ren niet naar ’s Heren stem,
willen niet de waarheid horen,
zich niet offeren voor Hem.
luist’ren niet naar ’s Heren stem,
willen niet de waarheid horen,
zich niet offeren voor Hem.
4.
Velen zitten maar gevangen
daar in Satans net, gedwee.
En misleid, verdwaald, bedrogen
drijft men met de stroming mee.
daar in Satans net, gedwee.
En misleid, verdwaald, bedrogen
drijft men met de stroming mee.
5.
O mijn Vader, red die mensen
daar uit Satans strik vandaan!
Geef genade tot verlossing,
laat hun ogen open gaan.
daar uit Satans strik vandaan!
Geef genade tot verlossing,
laat hun ogen open gaan.
6.
Laat toch vele werkers uitgaan
in uw oogst, ja doe het nu,
die uw oorlog kunnen voeren
en een offer zijn voor U!
in uw oogst, ja doe het nu,
die uw oorlog kunnen voeren
en een offer zijn voor U!