1.
Trek uw zwaard, gij eerstelingen,
Christus’ bruid, een rest die bleef staan.
Eén zal ’t nieuwe lied slechts zingen.
Zij doet ’t reine bruidskleed nu aan.
/: Dat Gods heir ’t zwaard nu hanteer’.
God strijdt zelf mee, God, de Heer! :/
(Jer. 47:6-7; 48:10 | Ez. 21:16 | Jes. 1:9 | Rom. 11:5 | Amos 3:12)
Christus’ bruid, een rest die bleef staan.
Eén zal ’t nieuwe lied slechts zingen.
Zij doet ’t reine bruidskleed nu aan.
/: Dat Gods heir ’t zwaard nu hanteer’.
God strijdt zelf mee, God, de Heer! :/
(Jer. 47:6-7; 48:10 | Ez. 21:16 | Jes. 1:9 | Rom. 11:5 | Amos 3:12)
2.
Gods gebod is kort en bondig
pest en marteltuig voor de hoer.
Zij veracht ’t gebod hartgrondig,
werpt het voor de gieren als voer!
/: Maar het zwaard, Gods woord, dàt spaart
niet één woord der hoer op aard. :/
(Op. 17:3)
pest en marteltuig voor de hoer.
Zij veracht ’t gebod hartgrondig,
werpt het voor de gieren als voer!
/: Maar het zwaard, Gods woord, dàt spaart
niet één woord der hoer op aard. :/
(Op. 17:3)
3.
Weent en jammert, slechte herders,
die de wol der kudde begeert,
die graag zelf het vet wilt eten,
en met hol gepraat u verweert!
/: ’t Zwaard verteert al wie zich keert
tegen God, leek of geleerd. :/
(Jer. 25:34-36 | Ez. 34:3 | Op. 18:7)
die de wol der kudde begeert,
die graag zelf het vet wilt eten,
en met hol gepraat u verweert!
/: ’t Zwaard verteert al wie zich keert
tegen God, leek of geleerd. :/
(Jer. 25:34-36 | Ez. 34:3 | Op. 18:7)
4.
Nu is ’t tijd om door te breken:
heel uw hart van boosheid ontdaan!
Op uw voorhoofd ’s Heren teken,
laat geen steen op d’ andere staan!
/: Roep nu luid Gods wetten uit
en bekleed u als zijn bruid. :/
(Op. 19:8)
heel uw hart van boosheid ontdaan!
Op uw voorhoofd ’s Heren teken,
laat geen steen op d’ andere staan!
/: Roep nu luid Gods wetten uit
en bekleed u als zijn bruid. :/
(Op. 19:8)
5.
Want de hoer is vrij van wetten,
vrij van opbouw door de Geest,
vrij van Jezus Christus’ lichaam,
slechts gebonden aan het Beest.
/: Wat een nood, diep en groot:
Christus wordt opnieuw gedood! :/
vrij van opbouw door de Geest,
vrij van Jezus Christus’ lichaam,
slechts gebonden aan het Beest.
/: Wat een nood, diep en groot:
Christus wordt opnieuw gedood! :/
6.
Maar een kleine, dapp’re schare
draagt nu Christus’ vaandel voort.
Zij wil Gods gebod bewaren,
dringt zich binnen in ’s Heren woord.
/: En ziedaar! ’t Is zonneklaar:
zo bereik je ’t doel, voorwaar! :/
(2 Petr. 3:2)
draagt nu Christus’ vaandel voort.
Zij wil Gods gebod bewaren,
dringt zich binnen in ’s Heren woord.
/: En ziedaar! ’t Is zonneklaar:
zo bereik je ’t doel, voorwaar! :/
(2 Petr. 3:2)