1.
Leer mij te kennen uw lijdensweg, Heer,
te wand’len in waarheid, verzaken nooit meer.
Dan jubelt mijn geest en verblijdt zich mijn hart,
bespeur ik uw hand middenin al mijn smart.
Ik leef en groei op: ’t is gena die ’t bewerkt,
en ’k word door uw woord meer gevoed en gesterkt.
O reinig mij, vorm mij nog meer tot uw ere;
ik weet dat waar Gij zijt, ook ik zal verkeren.
te wand’len in waarheid, verzaken nooit meer.
Dan jubelt mijn geest en verblijdt zich mijn hart,
bespeur ik uw hand middenin al mijn smart.
Ik leef en groei op: ’t is gena die ’t bewerkt,
en ’k word door uw woord meer gevoed en gesterkt.
O reinig mij, vorm mij nog meer tot uw ere;
ik weet dat waar Gij zijt, ook ik zal verkeren.
2.
Geef mij uw liefde, zo diep, rein en sterk;
volvoer toch in mij heel uw heerlijke werk.
U bent al begonnen, nu rust U niet, Heer,
voordat ik U loof in de hemelse sfeer.
O moge ik worden als U, klein en stil,
dat ’k need’rig van harte mijn kruis dragen wil.
Verlosser en Rots, ja, tot U wil ’k mij keren:
U laat mij niet los en nooit zult U mij weren.
volvoer toch in mij heel uw heerlijke werk.
U bent al begonnen, nu rust U niet, Heer,
voordat ik U loof in de hemelse sfeer.
O moge ik worden als U, klein en stil,
dat ’k need’rig van harte mijn kruis dragen wil.
Verlosser en Rots, ja, tot U wil ’k mij keren:
U laat mij niet los en nooit zult U mij weren.
3.
Geef mij een brandende geest hier altijd,
zodat ik met kracht heel mijn traagheid bestrijd.
En help mij te wezen een dienaar van U,
brand weg al mijn trots die U vindt in mij nu.
Want U toch bent rein, als een vuur, brandend fel.
Verteer toch mijn zelfleven: ’k zet het op ’t spel.
Gij toch zijt mijn lust en in U wil ’k zijn, Here;
voor U zal ik strijden en winnen met ere!
zodat ik met kracht heel mijn traagheid bestrijd.
En help mij te wezen een dienaar van U,
brand weg al mijn trots die U vindt in mij nu.
Want U toch bent rein, als een vuur, brandend fel.
Verteer toch mijn zelfleven: ’k zet het op ’t spel.
Gij toch zijt mijn lust en in U wil ’k zijn, Here;
voor U zal ik strijden en winnen met ere!
4.
Straks als ’k mijn leven op aarde besluit,
voert U mij uit alle verdrukkingen uit.
Dan zal ik U zien, mijn verlosser, zo schoon,
U, eeuwige, Gods eengeborene Zoon!
Ik zal nimmer hong’ren of dorsten daar meer,
dan word ik verzadigd, want U zie ’k daar, Heer.
Help mij te aanbidden en loven en prijzen
U heerlijkste Jezus, U machtig’ en wijze!
voert U mij uit alle verdrukkingen uit.
Dan zal ik U zien, mijn verlosser, zo schoon,
U, eeuwige, Gods eengeborene Zoon!
Ik zal nimmer hong’ren of dorsten daar meer,
dan word ik verzadigd, want U zie ’k daar, Heer.
Help mij te aanbidden en loven en prijzen
U heerlijkste Jezus, U machtig’ en wijze!