1.
’t Evangelie van God geeft ons rotsvaste hoop
dat vervuld wordt al wat het ons zegt,
omdat Hij die ’t beloofd heeft, heet Ja en Amen
en het zelf met een eed heeft beslecht.
Laat ons daarom de strijd met vrijmoedigheid strij’n,
met geloof en volharding en tucht;
daar wij weten: ons werken is niet tevergeefs,
want Gods zaad brengt ons eeuwige vrucht.
dat vervuld wordt al wat het ons zegt,
omdat Hij die ’t beloofd heeft, heet Ja en Amen
en het zelf met een eed heeft beslecht.
Laat ons daarom de strijd met vrijmoedigheid strij’n,
met geloof en volharding en tucht;
daar wij weten: ons werken is niet tevergeefs,
want Gods zaad brengt ons eeuwige vrucht.
Refrein:
Onze God zij gedankt
voor d’ ontferming zo groot,
voor de levende hoop die Hij gaf
doordat Jezus, zijn Zoon, zelfs de dood overwon,
ja, met kracht stond Hij op uit het graf.
voor d’ ontferming zo groot,
voor de levende hoop die Hij gaf
doordat Jezus, zijn Zoon, zelfs de dood overwon,
ja, met kracht stond Hij op uit het graf.
2.
Niet van d’ aarde zijn wij, maar ons thuis is daarginds
in de rotsvaste, hemelse stad.
Geef dan acht op uw Vorst, hoe Hij voor het gestoelte
van Pontius Pilatus eens trad.
Daar sprak Jezus de goede belijdenis uit:
Zie, mijn rijk is niet van deze aard!
Laten wij dus belijden met daad en met mond:
’k Ben een vreemd’ling en gast hier op aard.
in de rotsvaste, hemelse stad.
Geef dan acht op uw Vorst, hoe Hij voor het gestoelte
van Pontius Pilatus eens trad.
Daar sprak Jezus de goede belijdenis uit:
Zie, mijn rijk is niet van deze aard!
Laten wij dus belijden met daad en met mond:
’k Ben een vreemd’ling en gast hier op aard.
3.
Als de bruid van zijn Zoon krijgen wij Gods natuur,
ja, een volheid van godd’lijke deugd,
tot wij heilig en rein, zonder rimpel en vlek,
voor zijn aangezicht staan vol van vreugd.
Dit is ’t werk dat God in onze harten begon,
en ook voortzet in heel onze loop.
Hier is nodig volharding, geduld en geloof
en een levende, rotsvaste hoop.
ja, een volheid van godd’lijke deugd,
tot wij heilig en rein, zonder rimpel en vlek,
voor zijn aangezicht staan vol van vreugd.
Dit is ’t werk dat God in onze harten begon,
en ook voortzet in heel onze loop.
Hier is nodig volharding, geduld en geloof
en een levende, rotsvaste hoop.
4.
Ja, wij prijzen U, God, voor de roeping, zo hoog,
voor het erfdeel, onmetelijk groot,
voor de weg die gebaand is door Jezus, uw Zoon,
waarop Gij ook verzoening ons boodt.
O bewaar ons dan, Heer, in een vurige geest,
die tot rotsvaste zekerheid leidt
dat het erfdeel ons wacht, onverwelk’lijk en schoon,
bron van levende hoop, t’ allen tijd.
voor het erfdeel, onmetelijk groot,
voor de weg die gebaand is door Jezus, uw Zoon,
waarop Gij ook verzoening ons boodt.
O bewaar ons dan, Heer, in een vurige geest,
die tot rotsvaste zekerheid leidt
dat het erfdeel ons wacht, onverwelk’lijk en schoon,
bron van levende hoop, t’ allen tijd.