1.
Velen zijn blind, en verkondigen rustig:
“Wij hoeven niets, Hij heeft alles volbracht!”
O wat een dwaasheid! Door deze bedekking
slaan z’ op de weg die gebaand is, geen acht.
“Wij hoeven niets, Hij heeft alles volbracht!”
O wat een dwaasheid! Door deze bedekking
slaan z’ op de weg die gebaand is, geen acht.
Refrein:
O welk een liefde en gunst van de Here:
Jezus, Gods Zoon, heeft de weg ingewijd.
’t Is de gehoorzaamheid die moet regeren.
Jezus, Gods Zoon, heeft de weg ingewijd.
Jezus, Gods Zoon, heeft de weg ingewijd.
’t Is de gehoorzaamheid die moet regeren.
Jezus, Gods Zoon, heeft de weg ingewijd.
2.
Satan heeft velen met blindheid geslagen,
hij zoekt hun harten te winnen voorgoed.
Dikwijls gelukt dat, al gaf ook de Heiland
voor al die mensen zijn kostbare bloed.
hij zoekt hun harten te winnen voorgoed.
Dikwijls gelukt dat, al gaf ook de Heiland
voor al die mensen zijn kostbare bloed.
3.
Zelfs de rechtvaardigen wil hij misleiden,
en hij vertroebelt Gods heerlijke werk.
God zendt ons licht, en zo wordt hij ontmaskerd.
Wij hebben macht, al is hij nog zo sterk.
en hij vertroebelt Gods heerlijke werk.
God zendt ons licht, en zo wordt hij ontmaskerd.
Wij hebben macht, al is hij nog zo sterk.
4.
Wat een lankmoedigheid moet God bewijzen
aan ’t ongehoorzaam, verdorven geslacht!
“Leef voor jezelf” is de mens’lijke wijsheid,
maar God heeft zelf iets heel anders bedacht:
aan ’t ongehoorzaam, verdorven geslacht!
“Leef voor jezelf” is de mens’lijke wijsheid,
maar God heeft zelf iets heel anders bedacht:
5.
Kostbare mens, die zo lang Hem weerstaan hebt,
Hij is de Heer, die u vrijmaken kan.
Neem al het uwe, en hang ’t aan het kruishout.
Dat is de weg, dat is zijn reddingsplan.
Hij is de Heer, die u vrijmaken kan.
Neem al het uwe, en hang ’t aan het kruishout.
Dat is de weg, dat is zijn reddingsplan.