1.
Al roepend loopt de herder langs menig kronkelpad,
/: Met pijn in ’t hart, maar zoekend naar jou die hem vergat. :/
/: Met pijn in ’t hart, maar zoekend naar jou die hem vergat. :/
2.
O luister naar die herder, hij wenst zijn lam weer thuis.
/: Bang lig je daar, ga roepen! Hij weet de weg naar huis. :/
/: Bang lig je daar, ga roepen! Hij weet de weg naar huis. :/
3.
Graag draagt hij jou weer huiswaarts, hij is bekleed met kracht.
/: Al is de leeuw ook listig, hij gaat vergeefs op jacht. :/
/: Al is de leeuw ook listig, hij gaat vergeefs op jacht. :/
4.
Lam op de ruige heide, aan leeuw en beer ten prooi,
/: Je mist zo lang door ’t zwerven de vrede van de kooi. :/
/: Je mist zo lang door ’t zwerven de vrede van de kooi. :/
5.
Jij moet niet langer dolen op de verkeerde weg.
/: Kijk toch, het wordt al donker! Straks neemt de dood je weg! :/
/: Kijk toch, het wordt al donker! Straks neemt de dood je weg! :/
6.
De goede herder zoekt je, jou, zijn geliefde lam.
/: O, als je nu vanavond weer bij de herder kwam! :/
/: O, als je nu vanavond weer bij de herder kwam! :/