1.
O, ik weet van een weg die tot heerlijkheid leidt,
die door Jezus, Gods Zoon, is gebaand.
Wie gered worden wil uit de dood, volgt Hem na
en het zelfleven gaat er dan aan.
die door Jezus, Gods Zoon, is gebaand.
Wie gered worden wil uit de dood, volgt Hem na
en het zelfleven gaat er dan aan.
2.
Deze weg is maar smal en zij voert naar omlaag,
door het dal der erkentenis heen.
Ook de poort is maar nauw, en uitsluitend voor wie
alles offert voor Jezus alleen.
door het dal der erkentenis heen.
Ook de poort is maar nauw, en uitsluitend voor wie
alles offert voor Jezus alleen.
3.
“Gij zult drinken de beker die Ik hier ook drink,
en gij wordt ook gedoopt met mijn doop.
Want geen leerling kan boven zijn leermeester staan,
maar volleerd eens te zijn, is zijn hoop.”
(Marcus 10:39)
en gij wordt ook gedoopt met mijn doop.
Want geen leerling kan boven zijn leermeester staan,
maar volleerd eens te zijn, is zijn hoop.”
(Marcus 10:39)
4.
Wie zijn ouders, gezin, zelfs zijn leven niet haat,
kan de weg achter Jezus niet gaan.
Houd niet vast aan ’t onreine, zegt God, scheid u af,
en Ik neem u als kinderen aan.
(2 Kor. 6:17)
kan de weg achter Jezus niet gaan.
Houd niet vast aan ’t onreine, zegt God, scheid u af,
en Ik neem u als kinderen aan.
(2 Kor. 6:17)