1.
“Meester, ook ik wil U volgen,
waarheen uw pad mij ook leidt.”
/: De man die dat zei, kon niet weten
dat het een weg was van strijd. :/
waarheen uw pad mij ook leidt.”
/: De man die dat zei, kon niet weten
dat het een weg was van strijd. :/
2.
“Vossen, ze hebben hun holen,
vogels hun nest jaar op jaar.
/: Maar Ik heb geen plaats om te rusten,
er staat geen bed voor Mij klaar.” :/
vogels hun nest jaar op jaar.
/: Maar Ik heb geen plaats om te rusten,
er staat geen bed voor Mij klaar.” :/
3.
Voor deze man was ’t verborgen,
dat het door diepten moest gaan.
/: Hij zag niet de hemelse schatten,
die uit het sterven ontstaan. :/
dat het door diepten moest gaan.
/: Hij zag niet de hemelse schatten,
die uit het sterven ontstaan. :/
4.
Velen beweren ook heden:
“Jezus zal ’k volgen altijd.”
/: Maar wie drinkt de beker van ’t lijden?
Wie is wel daartoe bereid? :/
“Jezus zal ’k volgen altijd.”
/: Maar wie drinkt de beker van ’t lijden?
Wie is wel daartoe bereid? :/
5.
Kom en bereken de kosten:
of je ’t voleindigen kan?
/: Leg af alle last, al het oude,
want dat belemmert je gang. :/
of je ’t voleindigen kan?
/: Leg af alle last, al het oude,
want dat belemmert je gang. :/
6.
Eens volgt er loon op het strijden:
een zegekroon, o zo schoon.
/: En zalig is wie van de Heiland
deze verkrijgt als zijn loon! :/
een zegekroon, o zo schoon.
/: En zalig is wie van de Heiland
deze verkrijgt als zijn loon! :/