10

Mijn huis staat vast, – ’k heb zekerheid in ’t leven –

1.
Mijn huis staat vast, – ’k heb zekerheid in ’t leven –
’t staat op de rots, het wankelt niet, o neen.
’k Ben in Gods goede vaderhand geschreven;
de dood van Jezus bindt ons vast aaneen.
2.
De weg waarin Hij zelf mij onderrichtte
is effen; ’k zal met vaste tred die gaan.
Het licht der waarheid ging mijn hart verlichten.
De macht der duisternis heeft afgedaan.
3.
Omgord met waarheid zal ’k het zwaard hanteren,
bekleed met ’t pantser der gerechtigheid.
’t Geloof mijn schild; mijn helm het heil des Heren.
Mijn schoeisel is de bereidvaardigheid.
4.
O Jezus, leer mij om oprecht te strijden
met liefde voor een ieder, zoals U,
om schuldeloos voor schuldigen te lijden.
Als U te wand’len, leer uw bruid dat nu.
5.
Wij moeten nu elkanders lasten dragen
en zo vervullen Christus’ wet en leer.
Slechts roemen in zijn kruis kan ons behagen
en and’re eer behoeven wij niet meer.
(Gal. 6)
6.
Laat geen ons lastig vallen of bezwaren,
want Jezus’ littekens, die dragen wij!
Wij willen steeds de eenheid rein bewaren,
eenstemmig, vol van vrede, net als Hij.
(Gal. 6:17 | 1 Kor. 1:10)
7.
Geen: ja en nee, zij langer nog ons spreken,
ons jawoord dient een zeker ja te zijn.
En ook ons nee zullen wij nimmer breken:
de nacht maakt plaats voor held’re zonneschijn.
Geschreven door Olga Olsen (gepubliceerd in 1914)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F