1.
Zie je het Lichaam, zo heerlijk en rein,
de stad van zuiver goud,
levende stenen, gehaald uit het stof,
door God aaneengebouwd?
de stad van zuiver goud,
levende stenen, gehaald uit het stof,
door God aaneengebouwd?
Refrein:
Zij die de roep verstaan,
gaan achter Jezus aan,
komen uit Edom, vol ijver en gloed,
met rode kleed’ren aan!
gaan achter Jezus aan,
komen uit Edom, vol ijver en gloed,
met rode kleed’ren aan!
2.
Rein van oud zuurdeeg, zo hunkert hun hart
naar ’t ware voedsel nu:
“Uw vlees, o Meester, is werk’lijk mijn brood.
’k Wil worden zoals U!”
naar ’t ware voedsel nu:
“Uw vlees, o Meester, is werk’lijk mijn brood.
’k Wil worden zoals U!”
3.
Zij sparen, door Hem gekocht met zijn bloed,
hun eigen leven niet.
Zij zijn gedoopt met zijn brandende Geest,
hun ‘ik’, dat gaat teniet.
hun eigen leven niet.
Zij zijn gedoopt met zijn brandende Geest,
hun ‘ik’, dat gaat teniet.
4.
Acht dus je plaats in het lichaam zeer hoog!
Pas op voor dromerij!
Drink van zijn Geest, word vervuld meer en meer;
de bruid zal zijn als Hij!
Pas op voor dromerij!
Drink van zijn Geest, word vervuld meer en meer;
de bruid zal zijn als Hij!