1.
In geloof als Abraham te gaan
brengt ons zeker Gods beloften aan.
Wordt Gods stem in ons vernomen:
zijn wil doen wij, zonder schromen.
Uit familiekring en vriendenschaar
- onbekend waarheen- wij gaan, voorwaar!
Enkel horen! Dit geeft vreugde ons van jaar tot jaar.
brengt ons zeker Gods beloften aan.
Wordt Gods stem in ons vernomen:
zijn wil doen wij, zonder schromen.
Uit familiekring en vriendenschaar
- onbekend waarheen- wij gaan, voorwaar!
Enkel horen! Dit geeft vreugde ons van jaar tot jaar.
2.
Al ontnemen ze ons eer, gewin,
’t zegt ons niets: wij hebben Abrams zin.
Niets te eisen, enkel geven!
Louter dienen is ons leven.
Heel het land ligt open toch, voorwaar!
Gaat u rechts? Voor mij ligt links dan klaar.
Want Gods zegen is toch over ons van jaar tot jaar.
’t zegt ons niets: wij hebben Abrams zin.
Niets te eisen, enkel geven!
Louter dienen is ons leven.
Heel het land ligt open toch, voorwaar!
Gaat u rechts? Voor mij ligt links dan klaar.
Want Gods zegen is toch over ons van jaar tot jaar.
3.
Onze Heer leidt ons met vaste hand,
zijn Geest brengt ons binnen in het land.
In geloof is ’t dat wij wand’len,
smakend ’s lands vrucht door ons hand’len.
Tel toch ’s hemels sterren als dat kan;
zo, als zand der zee, uw zaad wordt dan!
Zo geeft God zijn heil aan wie gelooft, in Kanaän!
zijn Geest brengt ons binnen in het land.
In geloof is ’t dat wij wand’len,
smakend ’s lands vrucht door ons hand’len.
Tel toch ’s hemels sterren als dat kan;
zo, als zand der zee, uw zaad wordt dan!
Zo geeft God zijn heil aan wie gelooft, in Kanaän!
4.
Of wij moeten wachten menig jaar:
wat God heeft beloofd wordt zeker waar.
In geloof de twijfel weren;
zo wil God ons rust vermeren.
Maakt Hij onze wens tenslotte waar,
’t offeraltaar vinden wij dan daar,
waar wij dan Gods heerlijkheid gaan zien van jaar tot jaar.
wat God heeft beloofd wordt zeker waar.
In geloof de twijfel weren;
zo wil God ons rust vermeren.
Maakt Hij onze wens tenslotte waar,
’t offeraltaar vinden wij dan daar,
waar wij dan Gods heerlijkheid gaan zien van jaar tot jaar.