1.
Ontwaak, mijn vriend, en wacht niet met beslissen.
Laat ’t licht van ’t woord nu schijnen voor uw voet.
Sla ’t oog op Hem wiens kracht u niet kunt missen:
God, die zijn vaderhart u opendoet.
Laat ’t licht van ’t woord nu schijnen voor uw voet.
Sla ’t oog op Hem wiens kracht u niet kunt missen:
God, die zijn vaderhart u opendoet.
2.
Wees welkom in de broederkring, treed binnen,
zing met ons mee: wij zingen ’t nieuwe lied.
De liefde heerst en zal aan warmte winnen.
De zon breekt door; ja, al het duister vliedt!
zing met ons mee: wij zingen ’t nieuwe lied.
De liefde heerst en zal aan warmte winnen.
De zon breekt door; ja, al het duister vliedt!
3.
De lucht wordt blauw, de wolken nu verdreven:
zie, nimmer zal de zon meer ondergaan!
Elk hart verblijdt zich, maar de hel zal beven;
die kan voor Christus’ liefde niet bestaan!
zie, nimmer zal de zon meer ondergaan!
Elk hart verblijdt zich, maar de hel zal beven;
die kan voor Christus’ liefde niet bestaan!
4.
Als het om eenheid gaat, dan kost dat lijden!
Maar dat juist doet de hemel opengaan.
Totale reinheid kost je eigen leven;
wee wie dit offer dan te ver vindt gaan!
Maar dat juist doet de hemel opengaan.
Totale reinheid kost je eigen leven;
wee wie dit offer dan te ver vindt gaan!
5.
De mensen hunk’ren, zuchtend in hun smarten,
naar vree en vrijheid in hun triest bestaan.
Mijn broeder, zie uw taak, nog klopt ons harte.
Leer hen de smalle weg ten leven gaan!
naar vree en vrijheid in hun triest bestaan.
Mijn broeder, zie uw taak, nog klopt ons harte.
Leer hen de smalle weg ten leven gaan!