1.
Hij die mij ’t eerst heeft liefgehad,
mijn dorst gelest op heel mijn pad,
geneesheer is voor elke smart,
Hem heb ik lief met heel mijn hart.
mijn dorst gelest op heel mijn pad,
geneesheer is voor elke smart,
Hem heb ik lief met heel mijn hart.
2.
Zijn volheid is mij goed bekend!
Daarom versaag ik geen moment.
Wie is zo machtig als U bent,
dat elk zich buigt en U erkent?
Daarom versaag ik geen moment.
Wie is zo machtig als U bent,
dat elk zich buigt en U erkent?
3.
Van alle eisen moet je af!
Van ’t vlees moet alles in het graf,
omdat het steeds ellende gaf.
Het maakt het leven tot een straf.
Van ’t vlees moet alles in het graf,
omdat het steeds ellende gaf.
Het maakt het leven tot een straf.
4.
Blijf aan het kruis in de praktijk.
Zo wordt je ’t lam van God gelijk,
en vrij van al het aardse slijk.
Je krijgt nooit spijt, het maakt je rijk.
Zo wordt je ’t lam van God gelijk,
en vrij van al het aardse slijk.
Je krijgt nooit spijt, het maakt je rijk.