12

Zalig wie arm zijn in de geest

1.
Zalig wie arm zijn in de geest,
zo heeft eens Jezus gesproken.
’t Koninkrijk Gods is juist voor hen;
het is al bij hen aangebroken.
Zalig een ieder die nu treurt,
die wordt getroost en opgebeurd.
Zachtmoedigen erven de aarde.
2.
Zalig wie naar gerechtigheid
werkelijk hong’ren en dorsten.
Daarvan verzadigd, zullen zij
regeren met heilige vorsten.
Zalig wie nu barmhartig is,
al ’t goede wordt zijn erfenis.
De reinen van hart zien de Here.
3.
Zalig wie vredestichters zijn,
men zal hen noemen Gods kind’ren.
Wie lijden om gerechtigheid,
die zullen ginds troost mogen vinden.
Zalig wie smaad draagt om Gods Zoon!
Spring op van vreugde om uw loon,
want groot zal dat zijn in de hemel.
4.
God stelt je tot het zout der aard.
Wees dus vol kracht en koelbloedig!
Daar waar het duister mensen strikt,
werp daarop het licht, en wees moedig.
Wet en profeten moeten wij
vervullen! ’t Oude is voorbij.
Reeds zingen verlosten Gods ere.
5.
Eerder zal het heelal vergaan
dan dat Gods wet zou verdwijnen.
Leer dit aan and’ren; er wacht loon
voor wie dit licht helder laat schijnen.
Gods Geest drijft ons te allen tijd
tot offer, bloed, gehoorzaamheid!
Daarmee zul je ’t einddoel bereiken.
Geschreven door Johan O. Smith (gepubliceerd in 1914)Gecomponeerd door Ludvig M. LindemannTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ B