1.
Nu is er feest en blijdschap van ’t allerbeste slag,
want Jezus is genodigd op ’t feest van deze dag.
Hij zorgt dat bruid en bruigom altijd gelukkig zijn,
Hij is nog steeds dezelfde en maakt van water wijn.
want Jezus is genodigd op ’t feest van deze dag.
Hij zorgt dat bruid en bruigom altijd gelukkig zijn,
Hij is nog steeds dezelfde en maakt van water wijn.
2.
Hoe schoon: twee zijn verenigd in Jezus’ naam en Geest,
de band der liefde bindt hen aaneen hier op dit feest.
Wanneer hun hart vervuld is van vreze voor de Heer,
dan rijst voor bruid en bruigom de morgenster steeds meer.
de band der liefde bindt hen aaneen hier op dit feest.
Wanneer hun hart vervuld is van vreze voor de Heer,
dan rijst voor bruid en bruigom de morgenster steeds meer.
3.
Inwendig en verborgen is ’t sieraad van de bruid,
haar daden stralen stilheid, zachtmoedigheid steeds uit.
Dan spreekt haar handelwijze meer dan een woordenvloed.
Zo wordt haar man gewonnen: ’t geluk wordt groot en zoet.
haar daden stralen stilheid, zachtmoedigheid steeds uit.
Dan spreekt haar handelwijze meer dan een woordenvloed.
Zo wordt haar man gewonnen: ’t geluk wordt groot en zoet.
4.
De bruidegom krijgt kracht door de Geest en door Gods woord.
Hij wordt in huis dan herder en hoofd zoals ’t behoort.
Door wijsheid paart zijn kracht zich aan fijngevoeligheid
en maakt hem heer des huizes, een steun te juister tijd.
Hij wordt in huis dan herder en hoofd zoals ’t behoort.
Door wijsheid paart zijn kracht zich aan fijngevoeligheid
en maakt hem heer des huizes, een steun te juister tijd.
5.
Wil ’t huis een paradijs zijn zoals eens Edens hof,
dan moet de kop van Satan vermorzeld zijn in ’t stof.
Gerechtigheid en vrede zijn dan tot levensbron,
en reeds van verre geuren de bloesems in de zon.
dan moet de kop van Satan vermorzeld zijn in ’t stof.
Gerechtigheid en vrede zijn dan tot levensbron,
en reeds van verre geuren de bloesems in de zon.
6.
En is het huis een Bethel, dan kan het niet vergaan,
dan blijft de poort des hemels voortdurend openstaan.
Een ladder leidt ten hemel, tot aan de troon van God,
daar krijgt de strijder kracht voor het houden van ’t gebod.
dan blijft de poort des hemels voortdurend openstaan.
Een ladder leidt ten hemel, tot aan de troon van God,
daar krijgt de strijder kracht voor het houden van ’t gebod.
7.
Is ’t huis een Bethlehem, dan is er gewis geen nood,
de hongerige vindt daar voldoende levensbrood.
De heerlijkste gerechten staan daar op ’s Heren dis,
en ’t volk van God beseft dat het nergens beter is.
de hongerige vindt daar voldoende levensbrood.
De heerlijkste gerechten staan daar op ’s Heren dis,
en ’t volk van God beseft dat het nergens beter is.
8.
Vandaag staan bruid en bruigom in prille liefdesbrand.
Maar houd ook in beproeving volhardend, moedig stand!
Dat God zijn wond’re zegen het bruidspaar niet onthoud’;
’t geloof schenke hun rijkdom, meer waard dan alle goud.
Maar houd ook in beproeving volhardend, moedig stand!
Dat God zijn wond’re zegen het bruidspaar niet onthoud’;
’t geloof schenke hun rijkdom, meer waard dan alle goud.
9.
Tot God, zo hoog verheven, gaan onze harten uit.
Wij bidden om geluk nu voor bruidegom en bruid.
O dat wij onze roeping verstaan hier, allemaal!
Zodat w’ elkaar ontmoeten in ’s hemels bruiloftszaal.
Wij bidden om geluk nu voor bruidegom en bruid.
O dat wij onze roeping verstaan hier, allemaal!
Zodat w’ elkaar ontmoeten in ’s hemels bruiloftszaal.