144

O kom tot Mij nu, allen die vermoeid zijn en belast,

1.
O kom tot Mij nu, allen die vermoeid zijn en belast,
Ik geef jou rust, die nu al zuchtend vecht.
Die macht heb Ik ontvangen, want Ik droeg voor jou de straf,
en daarom schonk de Vader Mij dat recht.
Ik zoek verloren schapen en die breng Ik weer terug
naar huis in ’t heerlijk hemels Vaderland.
En Ik genees de diepe wonden van een ieders hart,
kijk niet naar volk of herkomst, rang of stand.
2.
Mijn last is werk’lijk licht te dragen en mijn juk is zacht,
kom nu en leer zachtmoedigheid van Mij.
Je wordt van harte nederig, en daardoor vind je rust;
je wordt bevrijd van alle slavernij.
De zond’ is overwonnen, ’k heb de sleutels van de dood,
de weg naar ’t heiligdom is ingewijd.
Als jij met Mij de dood wilt sterven, haat en smaad doorstaan,
o vat dan moed, dring voorwaarts in de strijd.
3.
Jij arme ziel, die eenzaam ronddoolt in de wildernis
en nergens voor je leven houvast vindt,
ik ken een vaste rots, een trooster die betrouwbaar is,
een vaderhart vol zegen voor zijn kind.
O hoor zijn eigen spreken, luister goed naar ieder woord!
Hij maakt je graag uit Satans netten vrij,
wil maken dat je als zijn eigen kind Hem toebehoort,
verlost van alle zondeheerschappij.
Geschreven door Edwin Bekkevold (gepubliceerd in 1929)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ G