1.
Hoe heerlijk is de broederschap,
zij is mijn eer en leven.
Een ware, fijne broederschap
in Christus’ leer en leven.
Hier heerst de vree en levensgeur
van d’ eerste broeder: Jezus.
Door Hem is er een open deur
naar heel de schat des Geestes.
zij is mijn eer en leven.
Een ware, fijne broederschap
in Christus’ leer en leven.
Hier heerst de vree en levensgeur
van d’ eerste broeder: Jezus.
Door Hem is er een open deur
naar heel de schat des Geestes.
2.
Ik wil in alle eeuwigheid
in deze kring verkeren.
Van zorg en dood word ik bevrijd;
wat kan ik meer begeren?
Wat huw’lijksliefde overtreft
en vele goede moeders,
is, naar mijn hart heel goed beseft,
het wonen onder broeders.
in deze kring verkeren.
Van zorg en dood word ik bevrijd;
wat kan ik meer begeren?
Wat huw’lijksliefde overtreft
en vele goede moeders,
is, naar mijn hart heel goed beseft,
het wonen onder broeders.
3.
Wij worden één door vuur en bloed
en breken ’t brood des levens.
Als dauw van Hermon, koel en goed,
vloeit reine olie tevens.
Wij mogen vrij, op Sions grond,
met open hemel wand’len.
De broederschap wordt sterk, gezond,
door naar Gods woord te hand’len.
en breken ’t brood des levens.
Als dauw van Hermon, koel en goed,
vloeit reine olie tevens.
Wij mogen vrij, op Sions grond,
met open hemel wand’len.
De broederschap wordt sterk, gezond,
door naar Gods woord te hand’len.
4.
De glans van ’t vlees is ons te min:
de ootmoed is ons leven.
Een broeder met des Geestes zin
is ons van God gegeven.
Wanneer een vrome broeder leert,
verbleekt het woord van ‘wijzen’.
Wie in de broederschap verkeert,
is reeds in Gods paleizen!
de ootmoed is ons leven.
Een broeder met des Geestes zin
is ons van God gegeven.
Wanneer een vrome broeder leert,
verbleekt het woord van ‘wijzen’.
Wie in de broederschap verkeert,
is reeds in Gods paleizen!
5.
De Geest maakt dat wij vreugd en pijn
als broeders samen delen.
Maar wee hun die met vrome schijn
verraad in ’t hart verhelen.
Daar waar het vuur der ootmoed brandt,
verwarmt ons de ontferming.
Wie in de broederschap belandt,
vindt zaligheid, bescherming.
als broeders samen delen.
Maar wee hun die met vrome schijn
verraad in ’t hart verhelen.
Daar waar het vuur der ootmoed brandt,
verwarmt ons de ontferming.
Wie in de broederschap belandt,
vindt zaligheid, bescherming.