1.
Eens werd ik door het zwaard des Heren tot een ‘niets’ gemaakt.
Het zwaard doorstak geheel mijn ziel, ja alles werd geraakt.
Mijn vlees was sterk, vol overmoed, het vreesde heel geen kwaad,
want “Vrede, vrede” klonk alom, maar niet het woord van ’t zwaard.
(Matt. 10:34 | Hebr. 4:12)
Het zwaard doorstak geheel mijn ziel, ja alles werd geraakt.
Mijn vlees was sterk, vol overmoed, het vreesde heel geen kwaad,
want “Vrede, vrede” klonk alom, maar niet het woord van ’t zwaard.
(Matt. 10:34 | Hebr. 4:12)
2.
Wat ik ervoer leek streng en hard: de liefde die Hij bood.
Ik zag een eeuw’ge ondergang, het oordeel en de dood.
Ik stond beschaamd, ellendig, leeg in ’t licht van Gods gebod,
en kon mijn schande niet verbergen voor het oog van God.
Ik zag een eeuw’ge ondergang, het oordeel en de dood.
Ik stond beschaamd, ellendig, leeg in ’t licht van Gods gebod,
en kon mijn schande niet verbergen voor het oog van God.
3.
Maar God zij dank, het zwaard begon zijn heerlijk werk in mij.
Het leven naar mijn eigen ‘ik’ was toen voorgoed voorbij.
Gewillig gaf ik alles prijs, ja alles hier op aard;
ik werd een voetveeg en een dwaas, en niet het aanzien waard.
Het leven naar mijn eigen ‘ik’ was toen voorgoed voorbij.
Gewillig gaf ik alles prijs, ja alles hier op aard;
ik werd een voetveeg en een dwaas, en niet het aanzien waard.
4.
Ik mocht mij werpen aan zijn borst, al was ik nog zo blind.
Nu leert het licht vanuit zijn woord mij leven als zijn kind.
Aan deze jonge boom zoekt Hij nu goedheid, waarheid, recht;
door deze vruchten van het licht zal blijken: het is echt.
(Ef. 5:8-9)
Nu leert het licht vanuit zijn woord mij leven als zijn kind.
Aan deze jonge boom zoekt Hij nu goedheid, waarheid, recht;
door deze vruchten van het licht zal blijken: het is echt.
(Ef. 5:8-9)
5.
Ik ben voortdurend nu in strijd met vlees en vleierij.
Wanneer dit afgebroken wordt, beweegt de geest zich vrij.
Door Geest en zwaard komt heel mijn eigen leven in ’t gericht;
ik krijg voortdurend reiniging door oordeel, zout en licht.
(Gal. 5:17 | Rom. 13:12 | 2 Kor. 6:7 | Jer. 48:10)
Wanneer dit afgebroken wordt, beweegt de geest zich vrij.
Door Geest en zwaard komt heel mijn eigen leven in ’t gericht;
ik krijg voortdurend reiniging door oordeel, zout en licht.
(Gal. 5:17 | Rom. 13:12 | 2 Kor. 6:7 | Jer. 48:10)