1.
Wees tot een licht in ’t vreemde land,
houd in het duister stand!
Slecht ieder bolwerk, maak door strijd
ze met de grond gelijk!
/: Want Satans macht verblindt het volk;
dus wees voor hen Gods tolk! :/
houd in het duister stand!
Slecht ieder bolwerk, maak door strijd
ze met de grond gelijk!
/: Want Satans macht verblindt het volk;
dus wees voor hen Gods tolk! :/
Refrein:
Haast je op weg te gaan,
de Heer gaat zelf vooraan!
Vel alles - hoog of laag - nu neer;
kracht krijg je van de Heer.
Man van geloof, wees sterk,
verbreek daar Satans werk.
Verwacht Gods wijsheid, en hef fier
omhoog de heilsbanier!
de Heer gaat zelf vooraan!
Vel alles - hoog of laag - nu neer;
kracht krijg je van de Heer.
Man van geloof, wees sterk,
verbreek daar Satans werk.
Verwacht Gods wijsheid, en hef fier
omhoog de heilsbanier!
2.
Wil iemand luist’ren naar je stem,
dan gaat het goed met hem.
Maar wil men niet, laat ’t dan maar zijn:
de kudde Gods is klein!
/: Gods rijk, uit ’t open graf ontstaan,
breekt door geloof zich baan. :/
dan gaat het goed met hem.
Maar wil men niet, laat ’t dan maar zijn:
de kudde Gods is klein!
/: Gods rijk, uit ’t open graf ontstaan,
breekt door geloof zich baan. :/
3.
Jij die nu huis en haard verlaat,
naar ’t onbekende gaat,
weet niet waar juist diegene leeft,
die God verkoren heeft;
/: dus let goed op in dorp en stad,
want God leidt zelf je pad! :/
naar ’t onbekende gaat,
weet niet waar juist diegene leeft,
die God verkoren heeft;
/: dus let goed op in dorp en stad,
want God leidt zelf je pad! :/