1.
Waarom leef je tussen zond’ en overwinning door?
Nooit krijg je gewicht, steeds gaat dat weer bij je teloor.
Al je tijd verstrijkt, dan kijk je in de ouderdom
machteloos, met afschuw achterom.
Nooit krijg je gewicht, steeds gaat dat weer bij je teloor.
Al je tijd verstrijkt, dan kijk je in de ouderdom
machteloos, met afschuw achterom.
Refrein:
Zege, zege ied’re dag,
nimmermeer een nederlaag!
Wacht niet langer, want je tijd snelt henen.
Zege vanaf vandaag!
nimmermeer een nederlaag!
Wacht niet langer, want je tijd snelt henen.
Zege vanaf vandaag!
2.
Waarom kom je nooit tot vastheid in de broederschap,
loop je al maar rustloos rond en vordert zo geen stap?
Wat heb jij jezelf toch veel ellende aangedaan!
Heb je wel de weg des heils verstaan?
loop je al maar rustloos rond en vordert zo geen stap?
Wat heb jij jezelf toch veel ellende aangedaan!
Heb je wel de weg des heils verstaan?
3.
Dacht je nooit eraan, in Gods huis tot een steun te zijn,
stand te houden als de storm slaat alles kort en klein?
Jezus wordt je ondoordringb’re schild, je hulp en kracht.
Hij beschermt je altijd, dag en nacht.
stand te houden als de storm slaat alles kort en klein?
Jezus wordt je ondoordringb’re schild, je hulp en kracht.
Hij beschermt je altijd, dag en nacht.
4.
Hij, die zelf verzocht is, weet daardoor wat in je woont.
Heb de Here lief, heb lief de broeders, ja, dat loont.
Als je dan geen zege had, maar steeds nog nederlaag,
dan verandert dat vanaf vandaag!
Heb de Here lief, heb lief de broeders, ja, dat loont.
Als je dan geen zege had, maar steeds nog nederlaag,
dan verandert dat vanaf vandaag!