1.
Er zingt hier een hooglied van binnen,
voor Jezus, een liefdezang;
ik weet dat het weerklank zal vinden
bij ieder die naar Hem verlangt.
Mijn bruidegom weet zelfs te raken
de tederste snaar in mijn hart.
Nu blijft daar het jubellied zingen,
ook in d’ allergrootste smart.
voor Jezus, een liefdezang;
ik weet dat het weerklank zal vinden
bij ieder die naar Hem verlangt.
Mijn bruidegom weet zelfs te raken
de tederste snaar in mijn hart.
Nu blijft daar het jubellied zingen,
ook in d’ allergrootste smart.
Refrein:
O, Here Jezus, ’k ben uw bruid,
U koos mij uit zovelen uit!
Mijn hart springt op als ik U hoor,
U die mij uitverkoor.
U koos mij uit zovelen uit!
Mijn hart springt op als ik U hoor,
U die mij uitverkoor.
2.
Nu golft van dit hooglied daarbinnen
een machtige symfonie,
en hoe kan ik woorden toch vinden
die passen bij die melodie?
Mijn hart is gestemd tot gejubel,
nog zwijgen, dat kan ik niet,
en als je met mij één van geest bent,
zing mee dan dit blijde lied.
een machtige symfonie,
en hoe kan ik woorden toch vinden
die passen bij die melodie?
Mijn hart is gestemd tot gejubel,
nog zwijgen, dat kan ik niet,
en als je met mij één van geest bent,
zing mee dan dit blijde lied.
Refrein:
Ik vat het niet, kan er niet bij,
toch weet ik, Heer, U houdt van mij,
en in uw hut bergt U mij nu;
ik ben voorgoed van U.
toch weet ik, Heer, U houdt van mij,
en in uw hut bergt U mij nu;
ik ben voorgoed van U.
3.
God heeft de verdrukking gewogen
reeds voor die mij overkomt.
Die wordt mij een oorzaak van vreugde,
nu ’k weet dat de Vader die zond.
De weg gaat door pijn en verdrukking,
die voert naar Gods koninkrijk.
Het is mij vergund om te lijden:
een kostelijk liefdeblijk!
reeds voor die mij overkomt.
Die wordt mij een oorzaak van vreugde,
nu ’k weet dat de Vader die zond.
De weg gaat door pijn en verdrukking,
die voert naar Gods koninkrijk.
Het is mij vergund om te lijden:
een kostelijk liefdeblijk!
Refrein:
Mij past een heil ’ge vreze, Heer!
’k Wil U aanbidden meer en meer.
Ik loof U met mijn lofgezang
mijn hele leven lang.
’k Wil U aanbidden meer en meer.
Ik loof U met mijn lofgezang
mijn hele leven lang.