1.
Ik kreeg verlossing door Gods genade
en uitverkoren heeft Hij ook mij!
Schonk mij zijn Geest en vatte mijn handen,
’k werd op de weg van waarheid geleid.
en uitverkoren heeft Hij ook mij!
Schonk mij zijn Geest en vatte mijn handen,
’k werd op de weg van waarheid geleid.
Refrein:
Door de Geest leven, door de Geest wand’len,
horen en doen, steeds voort op de weg!
O, dat ik in de werken zal wand’len,
die voor mijn voeten klaar zijn gelegd.
horen en doen, steeds voort op de weg!
O, dat ik in de werken zal wand’len,
die voor mijn voeten klaar zijn gelegd.
2.
Van Hem getuigen hier in dit leven,
met onze woorden, met wat wij doen.
Kracht om te strijden, kracht om te lijden,
dat schonk de Geest ons, in overvloed.
met onze woorden, met wat wij doen.
Kracht om te strijden, kracht om te lijden,
dat schonk de Geest ons, in overvloed.
3.
De Geest beproeft ons en werkt voortdurend.
De Geest van waarheid, door en door echt.
Die Geest geeft reinheid, leidt ons tot eenheid,
bindt ons met heil’ge banden, zo hecht.
De Geest van waarheid, door en door echt.
Die Geest geeft reinheid, leidt ons tot eenheid,
bindt ons met heil’ge banden, zo hecht.