1.
Als Gods volk de vreugde in de hoop leert kennen,
welk een kracht, dag en nacht!
Deze vreugde leidt tot jubellied en zegezang.
Welk een bron, ons leven lang!
welk een kracht, dag en nacht!
Deze vreugde leidt tot jubellied en zegezang.
Welk een bron, ons leven lang!
Refrein:
O hoe groot! God gaat in ons nu wond’ren werken.
Wie doorgrondt Hem in zijn heerlijkheid en macht?
Hij verandert u en mij: Gods natuur verkrijgen wij.
’t Woord van God staat vast, nooit twijf’len wij.
Wie doorgrondt Hem in zijn heerlijkheid en macht?
Hij verandert u en mij: Gods natuur verkrijgen wij.
’t Woord van God staat vast, nooit twijf’len wij.
2.
Wat mij overkomen mag, is mij om ’t even,
naar of fijn, groot of klein.
Nu geloof ik dat God altijd overwinning schenkt,
wat het leven mij ook brengt.
naar of fijn, groot of klein.
Nu geloof ik dat God altijd overwinning schenkt,
wat het leven mij ook brengt.
3.
Het wordt thuis zo heerlijk als wij overwinnen,
nooit meer boos, liefdeloos!
Alle dingen worden nieuw: geduld en dankbaarheid
in de plaats van twist en strijd.
nooit meer boos, liefdeloos!
Alle dingen worden nieuw: geduld en dankbaarheid
in de plaats van twist en strijd.
4.
Open heel uw hart, aanvaard Gods grote goedheid.
Geef u nu, open u!
Nimmer zal u dat berouwen, vreugde schenkt de Heer.
’t Schept verlangen naar nog meer.
Geef u nu, open u!
Nimmer zal u dat berouwen, vreugde schenkt de Heer.
’t Schept verlangen naar nog meer.